NS Biggentransport

Nog snel steek ik een sigaret op voordat mijn trein arriveert. Als een school sardientjes staat iedereen te dringen om als eerste het treinblik in te mogen. Ik neem nog een slok van de koffiedrab die ze mij verkocht hebben als espresso. De beker heeft de sadistische opdruk ‘lekker genieten.’ Er staan veel figuren op het station die volgens mij hun hele basisschoolcarrière als laatste werden gekozen bij het verdelen der trefbalteams. Dit jeugdtrauma lijken ze te willen vergeten door zo ver mogelijk vooraan te gaan staan op het perron, zodat ze als eerste een staanplaats kunnen bemachtigen. Het is elf graden, zo valt te lezen op een display, dat pronkt aan een aftandse loods aan de overzijde van het station. Elf. Het gekkengetal! Toeval bestaat niet.

Ondertussen biedt de ‘NS-stem’ haar excuses aan voor de smoes dat er door uitgelopen werkzaamheden een kleiner treinstel op het station zal arriveren. Wat een ellende! Waarom moet uitgerekend ik ingeklemd staan tussen een puistenkop die aan het genieten is van zijn bammetje met salami en een haast mythologisch vrouwwezen met varkensneus. Als er door de deeltjesversneller in Geneve zwarte gaten ontstaan, dan moet het ongetwijfeld gaan om de neusgaten van dit uniek lelijke vrouwwezen.  Om even aan deze bittere realiteit te ontsnappen, zet ik mijn IPod aan. “Het is altijd lente in de ogen van de tandartsassistente.” Dit alleraardigste nummer doet mij helaas denken aan mijn eigen tandartsassistente. Die reist nooit met de trein, omdat zij de voorkeur geeft aan het reizen per bezemsteel. Het lijkt erop dat dit een enorme kutdag gaat worden!

Om de fijne sfeer in de cabine naar een nog grotere hoogte te doen laten stijgen, besluit een op promotie beluste conducteur de vervoersbewijzen te controleren. Dat hij snel stikt in een bakje ‘lekker-genieten-koffie!’ De beste man moet doet natuurlijk gewoon zijn werk, maar doe eens rap normaal als het zo druk is in de trein dat de situatie meer lijkt op een transport gecastreerde biggen naar louche noord Italiaanse slagers dan het vrolijke beeld van treinreizen dat de NS schept in haar misselijkmakende reclamecampagne. In het echt zie ik in ieder geval geen mensen lachend in- of uitchecken met hun OV-chipkaart. De conducteur kan zich in deze drukte beter bezighouden met het zich eigen maken van de door studenten journalistiek overtikte ANP-berichten van de Metro. Er staat godverdomme toch niet voor niets “lekker lezen doe je in de trein” op dit kleine treinstel?

Gelukkig verlaat de varkensvrouw eerder dan ik het treinstel. Ook de salamidampen van de puistenkop zijn weg. Van de door zijn moeder gesmeerde boterham met vruchtenhagel komt gelukkig niet zo’n rotte putlucht.

“Goedemorgen meneer, kan ik u een heerlijk kopje koffie aanbieden,” vraagt een kereltje met een soort combinatie van een Kiplingtas en backpack op zijn rug.

Ik negeer hem.

Ik zie dat de rugzak een rits met ‘heerlijk-genieten-bekertjes’ herbergt. Uit de rugzak komt een slangetje. Wat bezielt iemand om voor een paar euro per uur jezelf te verlagen door het verkopen van oploskoffie? Het moet ongetwijfeld een complot zijn. De Kiosk, de conducteur, de varkensmevrouw, de salamipuistenkop en deze freak! Ze hebben allen tot doel het treinreizen zo onaangenaam mogelijk te maken. Of word ik nu een beetje paranoïde?

Delen:

Russische Golddiggers

Soms is het leuk om gehoor te geven aan impulsiviteit. Zo vatte vrijdagavond het idee post om te gaan stappen in Dusseldorf. Een klein kwartier later was er voor nog geen vijfentwintig euro per persoon een hotelkamer geboekt en een ruime twee uur daarna stonden we in het Mercurehotel alwaar een vriendelijke jongedame ons de sleutel overhandigde van onze ´rauchzimmer.´ Het plan was om in het oude stadsgedeelte wat te gaan eten om aansluitend in de ´Sub´ wat te gaan drinken en vervolgens rond een uur of twaalf in de ´Nachtresidenz´ te eindigen. Een impulsief plan moet natuurlijk wel tot in de puntjes uitgestippeld worden!

Een nogal typische Duitse taxichauffeur met leren giletje, een iets te grote bril en lang krullend haar dat leek op dat van Danny Christiaan bracht ons naar de binnenstad. Het was druk op straat. Zo´n beetje iedereen had een alcoholische versnapering in zijn of haar handen, hetgeen ons dorstig maakte. Omdat we nog niet gegeten hadden en het inmiddels half tien was, besloten we de verleiding om een kleine tussenstop te maken bij de eerste kroeg waar we langsliepen te weerstaan en richting een Italiaan te hobbelen. Twee bier en een pizza Vulcano later konden we dan eindelijk gaan doen waarvoor we gekomen waren: cultuur snuiven!

Mijn quasihippe ´Frans- Molenaar- colbertje´ op mijn witte broek, dat ik sinds mijn vakantie naar de Aziatische zon door het hoge foutheidsgehalte in Nederland nog niet heb durven dragen, deed het goed in de ´Sub.´ Daar waar vrouwelijk Nederland mijn jasje meer dan eens getypeerd heeft als ´opajasje,´ zo weet de Duitse vrouw mijn outfit wel op waarde te schatten. Uiteraard stel ik de Duitse schoonheden niet op de hoogte van het feit dat er heel goed een opaatje in mijn jasje gestorven zou kunnen zijn, omdat ik het colbertje voor zeven euro op de kop heb weten te tikken bij het tweedehands kerkwinkeltje. Dat zou mijn gebrekkige actieve kennis van de Duitse taal überhaupt niet hebben toegelaten, maar dit terzijde. De aandacht voor ons van de olijke Duitse dames (daar liepen er in de ´Sub´ verdacht veel van rond) kan er ook mee te maken hebben dat de Duitse man zich totaal niet kan kleden. In vergelijking met Hans, Ghünter en Helmut loop je er dan ook al snel goedgekleed bij. ´Wat lopen die Duitse mannen er als randdebielen bij zeg,´ bedacht ik me terwijl ik mijn flesje Heineken leegdronk.

Ik liep snel naar de bar om een nieuw rondje te halen. Het was niet mijn beurt, maar de bardames in de ´Sub´ zijn nu niet bepaald geselecteerd op hun intelligentie. Eerder op hun uitstraling. Zo´n uitstraling dat je doet vermoeden dat de dame in kwestie heel goed aan de slag zou kunnen in de volwassen-vermaak-industrie, zoals de Belgen de porno-industrie zo lief omschrijven. Het kwam dan ook goed uit dat ik geen zin had met de bardames te discussiëren over de Duitse geschiedenis, politiek of filosofie, maar gewoon trek had in een biertje. Het was dan ook met enige tegenzin dat ik de ´Sub´verliet om bij volgende halte van de spoorlijn der stapavond uit te mogen stappen.

Halte ´Nachtresidenz.´ Een te fraaie club waar je eigenlijk alleen maar moet komen als je heel veel geld te besteden hebt of op slechts drie drankjes een avond lang plezier kunt hebben. Ik had er dus eigenlijk weinig te zoeken. Toch deed onze kleding de uitsmijters anders vermoeden en werden we tot onze grote verbazing direct richting het VIP-gedeelte naar een tafeltje geëscorteerd. De twee Duitse heren achter ons in de rij werd intussen medegedeeld dat er deze vanavond een privéfeest gaande was. We besloten een fles wodka te bestellen. Dat is geen goed idee als je slechts met twee personen bent. Na het legen van ons eerste glas, kwam Arnold, onze host, vertellen dat de minimum tablespend achthonderd euro bedroeg. Aangezien ik van dit bedrag enigszins ongemakkelijk werd, besloot ik snel mijn tweede glas te legen. Gelukkig mochten we van Arnold blijven zitten onder de voorwaarde dat we ook een tweede fles zouden bestellen en van tevoren zouden afrekenen. Waarschijnlijk was ook Arnold goed op de hoogte van het credo: ´Absolut wodka: voor een absoluut vergetelijke avond!´

Gelukkig stonden er genoeg dames achter het hekje dat het VIP-gedeelte afscheidde van de rest van de club, die maar al te graag aan ons tafeltje zouden willen bijschuiven. Echter liet de bevestiging dat een fles wodka legen met twee personen een über slecht idee is niet lang op zich wachten. Net na het openbreken van de tweede fles, hielden drie dames van Russische komaf ons gezelschap. Uiteraard achtte ik het nodig om mijn nieuwe vrienden en vriendinnen in het VIP-gedeelte kennis te doen laten maken met het Nederlandse exportproduct bij uitstek. Nee, dan bedoel ik niet met bloembollen, kaas, klappen na een vliegtuiglanding of met XTC. Ik heb het hier natuurlijk over: de polonaise. Dat je de polonaise ook kunt dansen op hippe clubmuziek werd al snel duidelijk. Ook de Chinezen, die naast ons zaten te genieten van hun champagne, moesten eraan geloven. De Chinezen vonden dit niet zo leuk. De eerste waarschuwing van die avond was binnen. Arnold vertelde dat we ons moesten gedragen. De Chinezen hadden een uitsmijter ingelicht over mijn culturele initiatief. Arnold zei dat we bij nog zo´n actie er onmiddellijk uitgezet zouden worden. Een pleidooi mijnerzijds over cultuurverschillen tussen China en West-Europa, ten spijt. Dat ik het woord uitzetting uit de mond van een Duitser op zijn minst gezegd wat ongelukkig vind, hield ik gelukkig voor me.

Een halve fles wodka later zetten we onze conversatie met de Russische golddiggers non-verbaal met de tong voort. Waarschijnlijk moet het ´huis-tuin-en-keuken-Engels´ van de Russische dames, die waarschijnlijk ook een profiel van zichzelf hebben staan op www.russianeuro.com ,ons dermate zijn gaan vervelen, dat wij tot dit puberale gedrag besloten over te gaan. Het duurde niet lang of ik werd door twee nogal grote heren, die waarschijnlijk net als de dames van de ´Sub´niet op hun intelligentie waren geselecteerd, in de kladden gevat. In tegenstelling tot met de dames van de ´Sub´ had ik met hen juist wel enorm de behoefte om te discussiëren over de Duitse geschiedenis, politiek of filosofie De Duitse sportbilly´s dachten hier echter heel anders over. Op hardhandige wijze escorteerden zij mij naar buiten de Konigsallee op. Ook de rest van ons gezelschap moest gedwongen het pand verlaten. Gelukkig stond ik door dit voorval wel weer met beide benen op de grond. Met een glimlach op mijn gezicht vroeg ik de dames, terwijl ik de deur van een zojuist aangehouden taxi openhield, of ze met onze Ferrari mee naar onze hotelsuite wilden.

Delen:

De djoef van het jaar

“Dat jij nog nooit een goeie beuk voor je kop hebt gekregen, snap ik echt niet,” werd mij door een bekende naar het hoofd geslingerd in een ‘dronkenmandiscussie.’ ‘De persoon in kwestie vond het vast niet fijn dat ik hem trakteerde op enkele rake verbale oorvijgen,’ zo relativeerde ik zijn gemene stelling. Uiteraard waren mijn argumenten onredelijk en op de man gespeeld, maar het was dan ook een borreltafeldiscussie. Toch bleef zijn eerste opmerking rondspoken in mijn hoofd. Ik heb namelijk weleens een rake klap gekregen. Van een Belg, die niet bepaald gecharmeerd was van mijn praatjes.

Brugge 2008
Met een groep van vijfentwintig man reisden we af naar het pittoreske Brugge. Jurgen en ik organiseerden deze dag, dus alles was tot in de puntjes geregeld. Er was zelfs koud bier voor in het busje naar het Belgische land. Omdat een dergelijke dag uiteraard niet alleen in het teken moet staan van het drinken van bier stond er allereerst een kleine rondvaart op het programma. De doosjes Flügel gingen mee aan boord en waren na de rondleiding keurig leeg. Opgewekt begaf ons gezelschep zich naar de volgende activiteit: een rondleiding in een kleine brouwerij. Een rondleiding in een brouwerij is als striptease: pas aan het einde wordt het interessant….de proeverij!

Na het Bourgondisch eten en enkele emotionele toespraken, werden we door een huifkar opgehaald voor de Belgische kroegentocht inclusief gids. Al zingend en lallend brachten de vrolijke knollen ons van kroeg naar kroeg. De toestand in de laatste kroeg, waar we tevens een Cantus* hadden georganiseerd, was te omschrijven zijnde carnavalesk. Zeker gezien het niveau van nummers dat door de Brugse straten zijn echo vond. ‘Wij willen seks met die blonde,’ ‘Malle Babbe’ en als klap op de vuurpijl ‘Alleen maar hulde voor het zuipen.’ De nestor van ons gezelschap (hardwerkende man van 44, gescheiden, zoekt leuke jonge vrouw) meende alle recht te hebben een van de Belgische vrouwen in dit café in de billen te knijpen. Toen deze zijn broek naar beneden trok om zijn snikkel op de bar te leggen, was het bedtijd voor onze nestor.

Jacques informeerde mij over de staat van zijn maag. Ook ik meende dat een kleine snack het verloop van de avond ten goede zou komen, dus ik ging met hem mee. Van het eten van een snack kwam het helaas niet. Van het drinken van biertjes beland ik meer dan eens in een bijdehante toestand. Dat Belgen minder affiniteit hebben met directheid zou weldra blijken. Net buiten de kroeg raakten Jacques en ik namelijk in gesprek met een groep Belgen. Mijn immitatie van Samson viel niet in goede aarde, maar dat had ik op dat moment niet door. Omdat het thema van de dag ‘bad taste’ was, stond ik ook nog eens in feloranje djalebbah mijn show af te steken. Het was achteraf een beetje dom om te stellen dat Vlaams ontzettend dom klinkt bij mannen, maar uitermate geil bij vrouwen. De Belg is wat schuw in de discussie, want out of the blue kreeg ik een ferme pets tegen mijn hoofd. Ik moet te maken hebben gehad met een Belgisch ‘bokskampioenneke,’ want ik ging meteen naar de grond. ‘Alap, het werd zwart voor mén oogjes.’

De reactie van het gezelschap waarmee we naar Brugge waren afgereisd, vond ik zeer vreemd. In plaats van een tsunami van sympathie en troost, viel hoongelach mij ten deel. Teksten als ‘het moest er een keer van komen,’ en ‘het zal wel je eigen schuld zijn geweest’ voerden de boventoon. Mijn huisgenoot stak waarempel een pleidooi af waarom hij vond dat het meer dan terecht was dat ik een klap had gekregen. Ook de mensen die ik bij terugkomst in Nederland op de hoogte stelde van mijn Brugse avontuur reageerden zonder enige sympathie. Ik werd uitgelachen door mijn beste vriendin. Ze was verbaasd dat het niet eerder gebeurd was. Zelfs mijn moeder ging er vanuit dat het mijn eigen schuld was, zonder dat ik in details was getreden. De reacties die ik kreeg op mijn Brugse avontuur deden mij meer pijn dan de daadwerkelijke djoef. Want het was uiteraard niet mijn eigen schuld!

Delen:

Fietsenliefde

“Godmagende gruwelijke tering kasplant, krijg smet.” Dit was al de zoveelste keer dat een door mij gejatte prutfiets gejat was!  Gelukkig ben ik in het bezit van een slijptol, dus ging ik vol goede moed met mijn door alcohol veroorzaakte tunnelview op zoek naar een nieuwe fiets. De fiets waarnaar ik op zoek was, had ik al snel gevonden. De fiets zag eruit alsof de eigenaar deze behandelde alsof hij er een seksrelatie mee onderhield. ´Goed om op te rijden, maar voor de rest er niets mee te maken willen hebben.´ Ik zou deze fiets zeker met meer respect behandelen, dus ik besloot de fiets mee te nemen. Ik zette na een zwalkende tocht huiswaarts mijn nieuwe liefde in de gang en ik besloot dat ik er verstandig aan deed nog een litertje water naar binnen te werken alvorens ik mijn liefdesnestje in zou duiken. Ik had net een groot glas water ad fundum naar binnen gewerkt toen de deurbel ging. ´Welk dwaaslicht belt er nu weer om vijf uur ´s ochtends hier aan,´dacht ik nog bij mezelf. Dat ik beter niet had kunnen opendoen, zou ik weldra ondervinden

“U staat onder arrest meneer”, zei de agent, die zo te zien erg trots was op zijn pas aangegroeide schaamhaar: hij had het zelfs op zijn kin geplakt. “Dat zullen we nog weleens zien Mavo-pet,” brabbelde ik tegen de diender. Ik ondernam een poging om via de trap te ontvluchten, maar ik struikelde over mijn nieuwe liefde. Zonder al te veel inspanningen konden de agenten mij in de kraag vatten. “Zo, een heel arrestatieteam,” grapte ik tegen de sik toen ik zag dat er maarliefst twee mountainbikes, een politieauto en een heus politiebusje bij mij op de stoep geparkeerd stonden. “Je kop houden en het busje in,” commandeerde een oudere snor die mij in mijn rug porde met een zaklamp. “Rustig appelmoes, zo zijn we niet getrouwd. Waarvoor ben ik eigenlijk gearresteerd,” vroeg ik de snor om zo een discussie uit te lokken. Helaas was de snor een doorgewinterde rechercheur en reageerde niet op mijn dronken gebrabbel.

Toen ik eenmaal achterin het busje zat, leek het mij een goed idee om de snor en sik de trakteren op een aantal muzikale klassiekers. “Heej koppie koffie, heeej koppie koffie!” “Kop dicht daar achterin”, brulde de snor. Ik nam de beste man niet al te serieus en al snel klonk de kinderen-voor-kinderen-meezinger ´Help, ik krijg tieten´ door het busje. Ik was in gedachten al met het sop aan het klieren toen de maat voor de snor en sik blijkbaar vol was, want zij zetten het busje aan de kant van de weg.

Ik prees mijzelf gelukkig dat ik niet door de Guardia Civil of de Gendamerie was opgepakt, want dan had ik zeker een meer dan terecht didactisch pak slaag gekregen. Zelfs de Flikken zouden mij een oorvijg hebben gegeven. De snor en sik daarentegen openden de deur en lieten hun wapenstok achterwege. “Dit is je laatste waarschuwing, anders krijg je handboeien om,” snauwde de snor. “Het spijt me meneer de diender, ik zal braaf zijn, maar vindt u anders Andre Hazes wel goed? Ik ken er nog wel eentje: Dit is de laatste keer….,” de snor en sik sleurden mij uit het busje en voegden de daad bij het woord. Gelukkig had ik al eerder twee sigaretten en een aansteker in mijn sok gedaan, dus ik kon in ieder geval roken in de cel.

Aangekomen op het bureau werd mij dringend verzocht mijn veters uit mijn schoenen te halen. Ik weigerde echter alle medewerking voordat ik mijn telefoontje had gepleegd. Volgens de snor had ik teveel fims gezien. Naast de snor en sik hadden zich nog eens drie agenten om mij heen verzameld. Binnen enkele seconden waren mijn schoenen dan ook uit. Eén van deze Sherlock Homeses moet binnenkort wel promotie maken, want deze nare vlekmans ontdekte mijn sigaretten in mijn sok toen ik door de sik mijn cel werd ingeduwd. “Haal je sokken leeg,” schreeuwde Vledder. Ik weigerde wederom, maar enkele seconden later hadden de agenten mijn twee sigaretten en aansteker in beslag genomen. ´Mindere bami,´ daar zat ik dan in de cel. En dat alles omdat ik verliefd was geworden op een fiets, die door zijn vorige eigenaar slechts als lustobject werd gezien.

Ik baalde ervan dat ik geen stift bij me had, want in het kader van de multiculturele samenleving zou mijn naam goed gestaan hebben tussen de Ali´s en Mohammeds, die duidelijk wilden vereeuwigen dat zij in deze cel hadden gebivakeerd. Dan had ik ook meteen even wat meer Nederlandse namen erbij geschreven, dat zou wel zo goed zijn voor de beeldvorming van toekomstig opgepakte boeven. ´Roderick steelt ook autoradio´s,´ ´Pieter Jan was here´ en ´Frits Freek dealt´ zou een evenwichtiger beeld geven van criminaliteit in de Nederlandse samenleving dan alleen de meer exotische namen die op deze gevangenismuur pronkten. ´Jammer, volgende keer neem ik een stift mee,´ nam ik mijzelf voor.

Twaalf bekertjes water later, die door de mejuffrouw van de receptie steeds keurig werden gebracht als ik op het informatieknopje drukte, werd ik door een agent uit mijn cel gehaald voor het verhoor. Ik wilde mij nog beroepen op mijn recht op het hebben van een kater, maar ik besloot niet bijdehand te doen teneinde dit gebouw zo snel mogelijk voor eens en altijd te verlaten. Toch kon ik het niet laten om de spelfouten uit de door de Mavo-pet uitgetypte verklaring te halen en zo mijn bezoek aan oom agent met een blessuretijd te verlengen. Om half twaalf stond ik buiten, met een heerlijk warm zonnetje op mijn slaperige hoofd. Op weg naar huis kwam ik langs het café waar ik me de vorige avond had bezat. ´Unglaublich,´ zoals de Duitsers zouden zeggen, maar daar kwam ik mijn fiets tegen. Nog steeds op de plaats waar ik hem de vorige avond had neergezet. ”Godmagende gruwelijke tering kasplant, krijg smet!”

Delen:

Wat ruik je lekker! Neuken?

Afgelopen week had ik een reünie van de basisschool. Dat zou betekenen dat ik Fleur weer zou zien. Ik voel me nooit op mijn gemak als ik in dezelfde ruimte sta als deze Leerdamse schone. Ik sla zelfs dicht. Ik voel me in haar buurt net zoals die keer toen ik na het bijwonen van een uitzending van ‘De Wereld Draait Door’ aan de bar stond. “Hej, jij hebt vast wel een sigaretje voor me.” Toen ik me omdraaide bleek het Katja Schuurman te zijn. Ze keek net zoals in de playboy die bij ons op het toilet ligt! Dat laatste kon ook te maken hebben met het feit dat ik niet helemaal nuchter meer was, maar ik wist in ieder geval niet veel meer uit te kramen dan: “Nou…..nou, nou.” Bij Fleur heb ik dat ook, maar dan niet alleen omdat zij een incarnatie van Aphrodite herself is. Een genante situatie is er meer debet aan dat het schaamrood me op de kaken staat als ik in haar buurt ben.

Het moet inmiddels een kleine tien jaar geleden zijn. De vierwekelijkse disco in een dorpje dat Schoonrewoerd heet. Ik en mijn vrienden stonden lekker uit ons dak te gaan op Scoop met ‘Drop it’ in deze tot disco omgebouwde gymzaal toen Fleur bij ons kwam staan. Ik ben tegenwoordig niet snel verliefd, maar toen was een enkele blik al genoeg om mijn hormonen op tilt te doen laten slaan. “Wat ruik je lekker,”zei ze. Ik moest blozen. “Wil je soms neuken?” De slok ‘kleine feigling’ kwam bijna via mijn neus naar buiten. Toen ik mijn slijmvliezen weer onder controle had bekroop mij een gevoel van ultieme blijdschap. “Ja dat is goed, maar ik zal eerst wat te drinken halen”, antwoordde ik zoals alleen een oversekste puber dat kan. En dat zonder te stotteren! Aangekomen bij de bar vroeg ik één van mijn vrienden om raad. Zijn bijnaam was immers niet voor niets Dokter Popper.

Zoals Dokter Popper mij adviseerde, gaf ik Fleur een glas rode wijn. “Dankjewel, maar gaan we nu eindelijk een peuk roken?” “Ja, dat kan toch daarna,” was mijn antwoord. “Waarna?” “Ja, wat je me vroeg, je weet wel, het begint met de ‘n’ en het eindigt op ‘euken.’ “Nee eikel, het begint met de ‘p’ en het eindigt op ‘euken.’ Ik vroeg of je soms peuken had, ziek pervers mannetje.” Dankzij Dokter Popper kwam ik er voor het eerst achter wat voor vervelende vlekken rode wijn op kleding kan achterlaten. Een puberale dosis testosteron had mijn trommelvlies vergiftigd en derhalve mijn nieuwe overhemd rijp gemaakt voor een enkeltje Roemenië. Kutzooi! Daar kon zelfs dat klotebeertje van de Robijnreclame niets meer aan veranderen en ‘Vanish oxy action’ bestond toen gelukkig nog niet.

Ik stond op de reünie met een nietszeggend figuur te praten die ik zelfs tijdens mijn basisschoolperiode niet bij naam kende. Hij nipte aan zijn kopje thee. Wat een lul! Hij was dominee geworden in één of ander gereformeerd dorp op de Veluwe. Een anekdote over mijn leven bespaarde ik hem maar. Fleur stond enkele meters van mij vandaan, maar ik durfde haar niet aan te spreken. Vier bier later had ik eindelijk de moed verzameld om op haar af te stappen. Mijn eloquente vermogen nam echter net zo snel af als het aantal kroegen waar niet gerookt mag worden, dus ik moest snel iets zeggen.

“Nou…nou…Fleur, jij hier…zeg heb jij soms peuken,” floepte ik eruit. Ik moet tijdens de pijnlijke stilte die viel net zo dom gekeken hebben als de willekeurige Wildersstemmer in een stemhokje. “Haha, heb je dat overhemd van je nog ooit schoon gekregen?” Dat scheelde, ze kon er nu gelukkig ook om lachen. We hebben zelfs nog enkele sigaretten gerookt. Fleur was overigens net zo burgerlijk geworden als de rest. Het merendeel was vervloekt met een lelijke partner, vervelende kinderen en stinkende huisdieren. Het enige verschil met de andere dames was dat Fleur een echte milf was geworden!

Delen:

Nigella’s kookporno

Je kunt tegenwoordig niet eens meer rustig de televisie aanzetten of je wordt geconfronteerd met een kookprogramma. Op het ene kanaal kookt een groepje van vijf randdebielen voor elkaar en eentje is dan de chef (spannend!…kots!!), terwijl men zich op het andere kanaal laat afzeiken door een Brit die zijn seksuele frustraties uit door twee keer per zin ‘fuck’ te zeggen. Van dat programma van Gordon Ramsay is zelfs een slap aftreksel te bezien op de Nederlandse buis. Waarom is die kale dikke zo vaak op tv? Hij kan ongetwijfeld een goed eitje bakken, maar zijn charisma bevindt zich nog steeds in de ‘Van der Valk keuken’ waar hij zich het gastronomisch vak eigen maakte.  Meer dan een goede appelmoes heeft die keuken nog nooit verlaten.

Waar Ramon Beuk heeft leren koken is mij overigens helemaal een raadsel. Rot op met je mooie producten!  Die vent bederft mijn eetlust. Hij heeft bovendien hetzelfde smerige lachje als het vrouwtje van de chinees tegenover mij. Die lacht ook altijd zo overdreven. Nu kan ik die lach wel aardig plaatsen. Ik zou me ook kapot lachen als ik betaald zou krijgen voor het verkopen van die smerige troep. De laatste keer dat ik bij de chinees op mijn bestelling aan het wachten was, hoorde ik gewoon ‘ping’ uit de keuken komen. Het was niet eens de kok die zijn vrouw iets in het Mandarijn toeblafte, het was de magnetron. Wat die dertien pokken kalenders bij ons op de gang doen, begrijp ik dan ook niet helemaal.

Najah, nu haal ik alleen op zondag chinees.  Dan verkeer ik door het overmatig nuttigen van ‘romantische borreltjes’ tijdens de zaterdagavond meestal in brakke toestand. Met een kater zijn de saté, Babi Pangang en Koe Loe Yuk goed weg te buffelen. Bovendien is mijn toiletbezoek op zondagen toch al hoger dan normaal, dus die ene keer meer maakt niet uit. Steek ik ook nog iets op, want het credo ‘al schijtend leert men’ staat bij mij hoog in het vaandel. Een deel van de boekenkast bevindt zich dan ook op mijn toilet. Misschien doe ik er verstandig aan om daar in het vervolg een kookboek neer te leggen.

Er is maar één kookprogramma dat ik wel kan waarderen. Wat heeft die vrouw een geile kop! Ik zou het ook minder seksistisch kunnen omschrijven. Wat een lieve ogen. Of wat een leuke lach, maar ik heb er geen andere woorden voor. Er is in wezen helemaal niets opwindend aan het woord ‘eggy  noodles’, maar als Nigella Lawson het zegt, dan krijg ik rode oortjes. Om nog maar te zwijgen over hoe zij een ’hoky-poky-cake’ bakt. Of als ze komt met statements over mensen die groene pepers appreciëren boven rode. Heerlijk! Of als ze een beetje loenst en zegt: ‘I am a little bit clumsy’. Daar kan geen kaassoufflé tegenop! Daarnaast loopt ze ook de hele tijd van haar eigen kunstwerkjes te eten. En eerlijkheid gebiedt me te zeggen: dat is ook wel een beetje te zien. Ach, ze kan het hebben. Ik ben verliefd! En dit keer echt!

Delen:

Tussen dronkenschap en kater

De stad ontwaakte. Eigenlijk hadden de vrolijke zonnestralen, die op mijn gezicht schenen me een ‘Hilversum III-gevoel’ moeten bezorgen, maar ik vond het ronduit kut om op dit tijdstip over straat te lopen. Niemand die zijn eigen lied zong. Er stond niemand zingend te metselen op de steiger waar ik langsliep. De meneer op de steiger plantte daarentegen, al dan niet expres, een smerige rochel voor mijn voeten. En bedankt! Mijn melkboerin in de ‘AH 2 go’ floot helemaal niet haar melk een beetje aan, maar trakteerde mij op slaperige ogen, die wel heel weinig levenslust uitstraalden. Ik moet er zelf overigens ook niet bepaald als een levenslustig feestnummer hebben uitgezien, maar ik was dan ook onderweg naar mijn bed.

De melk had mij geen goed gedaan. Ik verkeerde in de schemer tussen dronkenschap en kater, maar het zou niet lang duren of Koning Kater zou Koning Alcohol van zijn troon stoten. Om de ‘man met de gemene septer’ nog even buiten de poorten van mijn paleis te houden, besloot ik een bakje slootwaterkoffie te kopen bij de Kiosk. Ramona, zoals zo fleurig op haar naamkaartje stond, lachte me vreemd toe en vroeg of ik er een gevulde koek bij wilde. Ramona. Meer een naam voor iemand die werkzaam is in een tietenbar dan in de koffie- en broodjesindustrie. Zo wulps als haar naam doet vermoeden, was ze overigens geenszins. Wat een chagrijnig gedrocht! Ik antwoordde haar vriendelijk dat ik vandaag een balansdag had en rekende mijn koffie af. Terwijl ik richting het bankje liep dat zo ver mogelijk verwijderd was van de slaperige wachtende meute hoorde ik Ramona gniffelen. Het was alsof ze me aan het uitlachen was.

De slaperige wachtende ogen die ik passeerde leken een collectief ochtendhumeur te hebben. Waarschijnlijk waren ze onderweg naar iets vele malen saaier, dan de dromen die ze gedurende de nacht hadden kunnen aanschouwen. Met enige tegenzin rookte ik mijn laatste sigaret. Gelukkig kwam toen ik op de helft van mijn zoveelste kankerstaafje van dit etmaal was, de trein aangereden. Ik stapte in de voorste coupé. Wanneer je je in het schemergebied tussen dronkenschap en kater bevindt, zit je niet te wachten op veel mensen in je omgeving. Helaas werd ik door maarliefst drie stoïcijnen op weg naar werk of studie vergezeld. Uiteraard usurpeerde net toen de trein ging rijden Koning Kater de troon van mijn paleis. Koning Alcohol barstte hierop in tranen uit, getuigende de zweetdruppels die zich op mijn voorhoofd vormden. Kutzooi!

Ik voelde dat ik gek werd aangekeken door het te grote C&A-pak dat tegenover me zat. Net als bij Ramona voelde ik dat ik werd uitgelachen. Ik besloot er niet op te reageren, maar naar buiten te turen. Net toen ik aan het wegdommelen was, terwijl de weilanden en koeien voorbijschoten, verstoorde een conducteur mijn samenzijn met het boerenland. Aan de ene kant was dit maar goed ook, want het zou niet de eerste keer zijn dat ik in het pittoreske Roosendaal zou wakker worden. Dat is bijna erger dan wakker worden op een station in Limburg. Zeker omdat ik in Limburg na mijn laatste schrijfsel, waarin ik mij niet zo positief heb uitgelaten over deze aandoenlijke heuvelprovincie, mijn leven niet meer zeker ben. Ook de conducteur kon een vervelende vette grijns op zijn hoofd niet onderdrukken. Wat hadden al deze ochtendmensen toch? Dit was al de derde keer op rij dat ik voelde dat iemand me aan het uitlachen was. De aap kwam enkele uren later uit de spreekwoordelijke mouw, toen ik met mijn slaperige ogen mijn brilletje bekeek. Ik miste mijn rechter brillenglas.

Delen:

Down met Mathijs

Als ik mijn krantje ’s ochtends opensla, hoef ik niet te lezen wie de gebleekte anus van Georgina Verbaan als laatste heeft opgerekt. Daarom ben ik gelukkig ook niet geabonneerd op de krant van zelfbenoemd ‘Wakker Nederland.’ Omdat ik spontaan spetterpoep krijg van televisieprogramma’s waar ‘kwalbertiaanse’ roddels de revue passeren, mijd ik programma’s als RTL Boulevard en Shownieuws. Allemaal niet erg, want ik hoef mij van niemand te abonneren op de Telegraaf en ik kan mijn televisie zo instellen dat ik geen SBS6 ontvang. Een televisieprogramma dat ik wel trouw volg is De Wereld Draait Door. Een fijn programma waarbij ik bijzonder graag van mijn avondmaaltijd geniet. Daar zit een aardig tempo in, hetgeen een positieve invloed heeft op mijn stoelgang, maar niet te, zoals RTL Boulevard dat heeft. Bovendien wordt het programma niet onderbroken door commercials, zodat je bijna een uurlang niet hoeft te zappen. Een schaars goed op de Nederlandse televisie.

Althans, dat zou je zeggen. Wat schetst namelijk mijn verbazing? Vanaf maart wordt er een soap uitgezonden in DWDD. Zoals de musical een slap aftreksel is van opera, zo is de soap een substitutie van een toneelstuk voor geestelijk gehandicapt en vrouwelijk Nederland. Ik moet toegeven dat ik in mijn kinderlijke naïviteit een fan was van Goede Tijden Slechte Tijden, maar toen men na iedere zwakzinnige dialoog een bus Pringles en een blikje Fernandes openmaakte, heb ik mijn GTST– fanschap gecremeerd en uitgestrooid over het graf van Helen Helmink.  Nu is de nieuwe soap die wordt uitgezonden door Mathijs niet zomaar een soap. Nee! Het wordt een soap waarin de hoofdrollen vertolkt worden door mensen met het Syndroom van Down. ‘Mongols,’ zoals dat tegenwoordig in de Brabantse volksmond heet. Ik ben geen groupie van de Jostiband en ik kijk liever naar een marathonuitzending van Tell Sell dan naar Knoop in je zakdoek, maar ik heb totaal niets tegen geestelijk gehandicapten. Ik denk zelfs dat mijn moeder in de gehandicaptenzorg is gaan werken, omdat de opvoeding van mijn broertje en mij haar daartoe heeft geïnspireerd.

Ik kreeg echter een heel onpasselijk gevoel in mijn maag toen ik de trailer zag van Downestie, zoals de soap heet. Televisie van de onderste bodem! Het is alsof je ontzettend zin hebt in een koekje bij de koffie en je wordt dan getrakteerd op een fucking Pennywafel! Je moet diep zinken om tot zulke abominabele ideeën te komen. Het zou me niets verbazen als ze dit zieke hersenspinsel hebben gevonden in de door een klysma uitgescheten lichamelijke ranzigheid van Patty Brard. Dit kan echt niet! Ik hoef toch geen halfnaakte debielen elkaar vanuit bed aardbeien die kwijlende gezichtjes in te zien duwen? Zeker niet met een bordje nasi op mijn schoot! Eén geestelijk gehandicapte aan tafel in de vorm van tafelheer Marc Marie Huijbregts lijkt me meer dan genoeg.

Maar de vraag voor de all-inclusive vakantie naar Lesbos is: hoe komt zo fervent en kundig autocue-lezer ertoe uiting te geven aan zulke debiele hersenspinsels? Ik kan niets anders bedenken dan dat daar een Freudiaans seksuele frustratie aan ten grondslag ligt. De bankrekening van Mathijs staat namelijk niet meer in verhouding tot het uitgerangeerd vrouwelijk kadaver waarmee hij de nachten doorbrengt. Mathijs wil enkel nog snoepen van de jonge vruchten uit de appelboomgaard der BN’ers. Mathijs van Nieuwkerk moet jaloers zijn op Johnny de Mol. Zijn programma Down met Johnny heeft  hem namelijk bepaald geen ‘windeierstokken’gelegd. Goed voorbeeld, doet goed volgen, moet Mathijs hebben gedacht. Het is een schande dat bekende Nederlanders over de rug van geestelijk gehandicapt Nederland jonge vrouwen het hof proberen te maken. Ga je schamen Mathijs van Nieuwvlerk!

Delen:

Zuurkool en couscous

Eerder verschenen in “De Democraat”  in augustus 2010 (blaadje van D66)

“Meneer, mag ik uw telefoon even gebruiken om te bellen, mijn batterij is namelijk leeg,” vroeg een Marokkaans uitziende jongen, terwijl ik de laatste trek van mij sigaret richting de eeuwige jachtvelden blies. In mijn gedachte ging Mohammed er al vandoor met mijn dure telefoon ter financiering van zijn cannabisverslaving of om deze te ruilen tegen ‘bling bling’ voor één van zijn bitches. Ik schrok hier enigszins van, want ik merkte dat dit gestoeld was op vooroordelen. Niet iedere Marokkaan heet namelijk Mohammed, dat weet ik ook wel.

Uiteindelijk besloot ik toch op goed vertrouwen de jongen mijn telefoon te laten gebruiken. Echter, wel onder de voorwaarde dat hij er geen terroristische activiteiten mee zou ontplooien. De jongen moest hierop erg lachen en bood mij een sigaret aan. Ik weigerde. Hij belde naar zijn moeder om te vertellen dat hij gestrand was op het station van Tilburg en dat hij dus wat later thuis zou zijn. Mohammed wist dat wanneer de NS bussen inzet, dat het nog wel even zou kunnen duren voor hij thuis zou zijn. Als dat geen integratie is. De jongen bedankte mij vriendelijk om vervolgens te verdwijnen in de massa mensen op het station.

Ik had contact gehad met een allochtone Nederlander! Nu moet ik zeggen dat ik ook goed contact onderhoud met alle Turkse en Egyptische eethuizen in de binnenstad van Tillburg, maar die zijn enkel vriendelijk omdat ze hun smerige broodjes en taaie chickenwings voor een aanzienlijke prijs kunnen slijten aan volgezopen studenten, taxichauffeurs en schaarsgeklede tienermeisjes, wier barbiepoppen te vroeg in een doos op zolder stof staan te happen. Maar eigenlijk ken ik niet zoveel allochtone Nederlanders, zonder dat ze shoarmabakker zijn. Ik ken dan wel een geadopteerde Boliviaan en die ene dronken avond met dat van oorsprong Iraanse meisje was heel gezellig, maar mijn vriendenkring is autochtoon. Al ben ik wel op zaterdagmiddag op de markt te vinden samen met de Marokkaanse en Turkse Tilburgers deze voor een prikkie leeg te kopen. Het grappige wil dat deze mensen er zo voor zorgen dat het laatste fruit niet richting de varkensboer gaat. Het halal-ideaal zit blijkbaar diep en ik ben niet te beroerd om ze daarin te steunen.

Misschien ligt het feit dat ik geen allochtoonse vrienden heb ook wel een beetje aan mijzelf. Al snel relativeer ik deze gedachte door te denken aan een documentaire over Nederlandse emigranten naar Canada, die op latere leeftijd in een bejaardentehuis in Toronto onder het genot van muzikale klassiekers als ‘Jan Huige in de ton’ en ‘Ik zag twee beren’ van hun zuurkool met worst genieten. In Canada is het pas de derde of vierde generatie Nederlanders die opgaat in de Canadese cultuur. De eerste generatie gijpt juist erg terug naar haar Nederlandse identiteit. Dat zorgt er zelfs voor dat latere generaties niet zonder haar zuurkool en stroopwafels kunnen. De bejaarden spraken overigens in een leuke mengeling van Engels en Nederlands. De documentaire werd afgesloten met een vraag aan ene Jan, die na zijn studie was vertrokken naar Canada, over wat hij vond van het integratievraagstuk. Ondanks zijn verzuilde calvinistische achtergrond kwam hij met een verassend wijs antwoord. Met een glimlach op zijn gezicht zei Jan: ‘Wanneer mensen eindelijk beseffen dat verscheidenheid een samenleving juist ten goede komt en het benadrukken van verschillen juist niet, dan moet het uiteindelijk wel goed komen.’

Ook is het altijd aandoenlijk om te zien dat Nederlanders in het buitenland massaal drop, peperkoek, wasmiddel, cd’s van Frans Bauer, *tubetrekkers, en Brinta importeren. Het schijnt zelfs dat hele Afrikaanse dorpen hun kids groot laten worden met Calvé pindakaas en dat Zweden wil gaan lobbyen bij het IOC om van zaklopen en koekhappen een olympische sport te maken. Dat hebben ze namelijk op 30 april geleerd van de Nederlanders in Löddeköpinge.

Maxima had bovendien gelijk: de Nederlander bestaat niet, net zoals Jan Modaal niet bestaat. Wie heeft er nu 1,4 kinderen? Verscheidenheid en de vrijheid jezelf te zijn, maken het nu zo leuk om in Nederland te wonen. Alleen op vakantie kom je de stereotype Nederlander tegen. Je kunt niet vertoeven op een camping in Zuid-Frankrijk zonder dat er naast je een naar SBS6 verlangend gezin zit dat onder het genot van zelf meegebrachte Kaapse bocht een met de hulp van de ‘Knor-Kokkie’ gemaakte macaronischotel aan het eten is. Je kunt niet ongestoord in Praag een Big Mac bestellen, zonder dat een bierbuik op ‘Heineken-slippers’ in de rij voor je in zijn beste Tsjechisch een hamburger bestelt: “Doe mij maar een hamburger.” Zelfs wanneer je badplaatsen mijdt waar ‘Kees Kroket’ en ‘Piet Friet’ de lokale eettenten naar de buitenwijken hebben verdrongen, ontkom je niet aan de stereotype Nederlander, die altijd sandalen schijnt te dragen op vakantie. Ook deinzen deze lieden er niet voor terug een T-Shirt onder hun ‘All-Bundy-overhemd’ te dragen wanneer de mussen van het dak vallen van de hitte.

Na het dagdromen naar aanleiding van het uitlenen van mijn telefoon aan een straatterrorist, althans zo worden Marokkanen door enkele lieden met het verstand van een bonobo getypeerd, kwam mijn bus, typisch Nederlands, enkele minuten te laat aangereden. Al snel hield ik mij weer bezig met mijn dagelijkse beslommeringen. Ik zou namelijk die avond met wat vrienden gaan stappen en daarvoor zouden we bij mij thuis wat gaan eten. Ik besloot die dag maar geen zuurkool met worst te maken, maar voor de verandering couscous.

*niet te verwarren met de puberale seksuele manifestatie waarbij jongens zich aftrekken op youtube-filmpjes, het betreft hier een apparaat om het laatste beetje uit een tandpastatube te krijgen

Delen: